
Over hormonale wetmatigheid
Een houten veranda, met daarachter een wijds grasland, aan de horizon overlopend in de violet uitlopende Heuvelrug. Verander het uitzicht in een geelgrijze stoffige zandvlakte en ik waan me hoofdrolspeler in een of andere goedkope spaghettiwestern. Als ik me goed concentreer hoor ik op de achtergrond een trage mondharmonica, blijkbaar nodig om deze, op zich nietszeggende, scène enige spanning te geven.
Hoor ik daar nu onheilspellend hoefgetrappel? De voorbode van een wellicht alles veranderende scènewisseling? Zouden er op het Eiland van Maurik dan toch nog nakomelingen van een woest indianenvolk leven?
Het gebruik van het woordje ‘nog’ slaat overigens nergens op, daar er door de eeuwen heen geen enkel bewijs voor hun bestaan op deze plek is geleverd. Maar met alle plezier creëer ik ter plekke verontrustende geruchten, al was het alleen maar om in deze landelijke omgeving enige reuring te veroorzaken. Het hoefgetrappel blijkt trouwens afkomstig van een onrustig rondrennende troep hazen. Wellicht heeft het voorjaar zich in hun hoofden genesteld, voor mij de enige legitieme verklaring voor deze hormonale achtervolgingsscène, waarbij het vrouwtje over uitstekende ontsnappingskills blijkt te bezitten, waarmee ze het groepje mannen succesvol van zich af schudt. Met direct resultaat, want het manvolk staakt de achtervolging al na enkele herhaalde pogingen. Ze heeft er duidelijk nog geen zin in. Maar dat zal ongetwijfeld niet lang duren, afgaand op het omvangrijke hazenbestand. Hun diersoort heeft tenslotte een reputatie hoog te houden, toch?
