Snippers zijn columns of korte verhalen die maandelijks worden gepubliceerd

Waarom?

Over het stellen van onmisbare vragen

Het is een prachtige lentedag. Een steeds krachtiger zonnetje beschijnt enthousiast het pril gekleurde landschap. De van heimwee teruggekeerde trekvogels voelen zich helemaal thuis, afgaand op hun lawaaierige baltsgedrag met als doel een nieuwe generatie op de wereld te zetten. Schaars geklede mensen vullen geleidelijk de terrasjes in de stad, gezellig keuvelend in de weldadig aanvoelende voorjaarszon achter een cappuccino, een latte of een vroege cocktail.  De wereld en haar bewoners ogen een stuk vriendelijker. In de nabijgelegen haven gonst een nijvere bedrijvigheid. Schepen van diverse nationaliteiten en afmeting varen kriskras door elkaar. Torenhoge hijskranen, die de schepen laden en lossen, flankeren de kade, een levendigheid als afspiegeling van de succesvolle economie.
Het is meivakantie, merkbaar aan het grote aantal gezinnen dat wandelend langs de walkant onderweg is naar een van de vele bezienswaardigheden. Een jong gezin, bestaande uit een vader, moeder en een sproetig zoontje van een jaar of vijf, slentert gezellig mee in die stroom mensen.
“Wat een grote boten varen hier, papa. Waarom blijven die drijven?”
“Ja dat weet ik niet precies hoor, dat heb ik me nog nooit afgevraagd. Waarom wil je dat weten?”
“Nou, die hijskranen stoppen die boten helemaal vol. Dat is toch mega zwaar? Hoe kan zo’n schip nou blijven drijven?”
Verbaasd over zijn onderzoekende visie bekijkt de vader het zoontje met een schuinse blik. Vijf jaar alweer, wat gaat de tijd toch ongelooflijk snel.
Doende alsof zijn neus bloedt en daarmee diepe overdenking voorwendend wandelt de vader verder met het kinderhandje in de zijne. Het zoontje verwacht allang geen antwoord meer, hij heeft zijn vraag gesteld en bedenkt ondertussen zijn eigen oplossing.
Wijzend op een scheepsschoorsteen, met daarop de afbeelding van een vuurrode vlag met gouden sterren, vraagt het zoontje enige tijd later:
“Oh, moet je zien pap wat een mooie vlag. Uit welk land komt die?”
De vader reageert door zijn zoontje fronsend aan te kijken, waaruit het kind opmaakt van een antwoord verstoken te zullen blijven. Hij speurt alweer verder, er is zoveel te zien in de bedrijvige haven. Voor een vijfjarige vormen de immense zeeschepen de afgezanten van een onbekende wondere wereld.
Op de kade aan de overzijde rijden raadselachtige vrachtwagens, zonder chauffeur en elk een ijzeren container vervoerend. Het ligt voor de hand om ieder moment een aanrijding te verwachten, maar wonder boven wonder blijven die uit. Met een ruk aan zijn vaders hand houdt de jongen stil, om met open mond dit wonderlijke verschijnsel gade te slaan. Juist als zijn vader wil opmerken dat zij nu toch verder moeten lopen, vraagt het jongetje:
“Pap, kijk nou toch, daar! Hoe kan dat nou? Hoe weten die auto’s waar ze heen moeten?”
De vader, dit verschijnsel ook voor het eerst waarnemend, opent zijn mond om ter plekke een antwoord te bedenken, als moeder in beeld komt. Zij is blijkbaar van een ongeduldiger soort en zegt kortaf:
“Hè Daantje, hou nu eens op met al dat vragen en laat papa eens met rust!”
Sussend komt zijn vader tussenbeide met de opmerking:
“Ach Lotte, laat hem. Van vragen wordt hij wijzer, toch?” hiermee voorbijgaand aan zijn onvermogen om het zoontje van passende antwoorden te voorzien.

In deze variatie op een bekend verhaal is het maar de vraag of het jongetje wel antwoorden verwacht. Hoe vaak gebeurt het niet dat kinderen iets vragen, terwijl het antwoord alweer rap wordt onderbroken met een geheel andere vraag. Natuurlijk proberen volwassenen naar vermogen oplossingen te bieden of te bedenken, maar is de vraag stellen niet belangrijker dan het antwoord vinden? Kinderen zijn van nature nieuwsgierig, omdat zij zich verwonderen over alles wat om hen is. Het leven is, zeker voor jonge kinderen, één grote ontdekkingsreis. Dat begint al in de wieg bij het waarnemen van al die kleuren, reuken en geluiden. Vertrouwd raken met de stem en reuk van je moeder is al een vorm van betekenis geven.
Hoe groter de wereld wordt, hoe groter de ontdekkingen en de verwondering hierover. Welke volwassene verbaast zich nog over een lichtknopje? Wie staat ’s morgens op en verwondert zich over een ontstoken lamp? Wie beleeft er nog plezier aan het herhaaldelijk aan en uit knippen ervan tot er wordt geroepen: “Hé stop daar eens mee, het hoeft niet stuk hoor!”
Verwondering, de drang tot ontdekken, de drang tot het stellen van vragen en het zoeken naar mogelijke antwoorden, als middel om de wereld niet vanzelfsprekend te vinden. Wie prikkelt zichzelf nog tot het stellen van goede vragen om zich een morele spiegel voor te houden? Gaandeweg dreigen volwassenen hun talent om waaromvragen te stellen (waar zij als kind zo goed in waren) kwijt te raken. Wie is er bij tijd en wijle niet jaloers op de spontane verwondering van een kind?
Mijn vriend Henk Enkelaar somt in het AD van 26 februari 2020 onder de titel ‘Wat een geluk dat weldenkende columnisten soms een tik uitdelen’ een aantal van die vragen op:
‘Waarom is compassie voor een ander in vredesnaam verdacht? Waarom wordt het pesten van kinderen gezien als not done en heeft het voorkomen daarvan hoge prioriteit op scholen, terwijl pijn doen door zogenaamd weldenkende volwassenen wèl wordt geaccepteerd? Waarom zou je iemand haten die uit naastenliefde iets doet voor vluchtelingen? Waarom zou je blijven deelnemen aan iets wat anderen pijn doet? Waarom geven we Zwarte Piet niet een paar vegen of kleurtjes? Waarom steunen wij onze Nederlandse Chinezen niet, in plaats van ze te beschimpen? Waarom staan we antisemitisme toe? Waarom gooien we met digitale modder als mensen, die begaan zijn met de natuur, hiervoor opkomen? Waarom?’
Voorts spreekt hij over ‘een moreel kompas’, een creatieve benaming voor het vermogen om goed en kwaad in een evenwichtige verhouding te kunnen plaatsen.
Tijdens mijn opleiding vele jaren geleden kwam ik in aanraking met de kleurenleer van de Zwitser Johannes Itten. Daar leerde ik de term ‘complementaire kleuren’ kennen, kleuren die elkaar aanvullen, elkaar compleet maken, waardoor er contrast in een schilderij kan worden gecreëerd.
Er bestaan drie basiskleuren, ook wel primaire kleuren genoemd: rood, geel en blauw. Meng je twee van deze, dan ontstaat er een secundaire kleur. Rood met geel wordt oranje, rood met blauw wordt paars en geel met blauw wordt groen. Meng je een basiskleur met de secundaire kleur, dan ontstaat er een donkere, schaduwachtige tint. Handig als je in een schilderij schaduw en dus contrast wilt aanbrengen. Blauw laat zich zo verschaduwen met oranje. Contrast maakt een schilderij aantrekkelijk, aangenaam om naar te kijken.
Ook naast elkaar afgebeeld vullen deze kleuren elkaar aan. Blauw en oranje geven een verrassend opvallende combinatie, waarvan bijvoorbeeld reclamemensen gebruik maken. Compleet verschillende kleuren die absoluut niet op elkaar lijken, vormen toch een aantrekkelijke combinatie en vullen elkaar aan, maken elkaar compleet, complementair.
Waarom zijn verschillen vaak een reden voor conflict? Waarom heeft verschaduwen oorlogen tot gevolg? Waarom zien mensen hun verschillen niet als complementair, aanvullend, waardoor er juist een aantrekkelijk en boeiend contrastrijk wereldbeeld kan ontstaan?
Waaromvragen, we kunnen niet zonder.