Snippers zijn korte verhalen die maandelijks worden gepubliceerd

Schatjes

Over vermeend nabuurschap

Hanna en Ralph zijn twee hardwerkende dertigers. Al vanaf hun achttiende levensjaar dragen beiden hun steentje bij op de productieafdeling van Climato, een bedrijf dat specialistische milieuvriendelijke verwarmings- en klimaatbeheersingssystemen levert. Vooral particulieren met kleine tuinkassen en kwekers in het Westland behoren tot hun klandizie. Gaandeweg heeft het bedrijf zich tot een toonaangevende leverancier ontwikkeld. Door hun klimaatvriendelijke producten en het hoogontwikkelde specialisme zijn zij niet meer uit hun branche weg te denken.
Toen Hanna en Ralph elkaar leerden kennen bestond Climato nog niet zo lang. De twee enthousiaste directeuren wisten hun producten snel af te stemmen op de steeds hogere milieueisen en de behoeften van de markt. Hanna en Ralph voelden zich direct betrokken bij de ontwikkeling van het bedrijf, dat zo tot een onlosmakelijk deel van hun leven uitgroeide, zeker ook door de horizontale manier van bedrijfsvoering.
Zowel Hanna als Ralph toonde zich op school geen student. Urenlang met hun neus in de boeken allerlei ogenschijnlijk nutteloze informatie in hun hoofd stampen werkte demotiverend en behoorde niet tot hun meegekregen talenten. Al jong bemachtigden zij tal van bijbaantjes, waardoor de voordelen van het verwerven van een, vaak schamel, inkomen vroegtijdig onderdeel uitmaakten van hun leefpatroon.
Ralph bleek een man die kennis en vaardigheden in de praktijk oppakte, geen papieren tijger dus, maar een robuuste degelijke werknemer met hart voor de zaak, die bovendien op een natuurlijke en prettige wijze met collega’s omgaat. Met een snedige kwinkslag of een aandachtig luisterend oor weet hij zijn maten moeiteloos te motiveren, een attitude die niet onopgemerkt bleef waardoor hij zich al gauw opwerkte naar een leidinggevende positie.

Het harde werken van beide echtelieden levert maandelijks een goed salaris op, waarmee Hanna en Ralph een gerieflijke levensstandaard kunnen opbouwen. Het enige jaren geleden aangeschafte riante penthouse, met uitzicht over een ruim deel van de stad en de bijbehorende haven, verleidt Ralph dagelijks tot een panorama-ervaring. Door de grote bedrijvigheid met name in het havengebied verveelt het prachtige uitzicht nooit. Zittend in zijn speciaal hiervoor aangeschafte comfortabele fauteuil, die efficiënt voor één van de glazen panelen staat opgesteld, spiedt hij, vaak turend door zijn dure Swarovski EL Range, de wijde omgeving af. Vooral ’s winters in de donkere avonduren doet hij dit, waarbij de half verduisterde stad een feeëriek en sfeervol verlicht beeld oplevert.
Hun drukke werkzame leven verhindert het onderhouden van een uitgebreide vriendenkring, waardoor de sociale contacten beperkt blijven tot een kleine selecte groep dierbaren, waarvan de instandhouding zeer consequent wordt uitgevoerd.
Het contact met de medebewoners van hun appartementengebouw bestaat logischerwijze uit slechts een vriendelijke begroeting in de lift, gekoppeld aan wat oppervlakkige algemeenheden voor zover een kort liftgebruik dit toelaat. De bewoners van de lagere etages vormen een heuse risicogroep. Zij staan doorgaans het kortst in de lift, waardoor het zomaar kan gebeuren dat bij een ontmoeting op straat of elders de personen in kwestie niet eens als buren worden herkend. Een vreemde constatering betreffende een aanzienlijke groep mensen die slechts op enkele tientallen meters van elkaar verwijderd woont.

Op een avond na een wederom intens Swarovski-genot luistert Ralph liggend in bed nog even naar ‘Met het oog op morgen’, een vast ritueel dat zo heerlijk vertrouwd de dag afsluit. Terwijl Hanna met de rug richting haar bedgenoot al langzaam onder zeil glijdt, schiet Ralph plotseling overeind. Hij spitst de oren, houdt zijn hoofd ietwat schuin gekanteld en schudt Hanna zachtjes wakker met de opmerking:
“Hé moet je luisteren.”
Hanna, juist aan haar eerste diepe slaap begonnen, schrikt armen en benen schokkend overeind en bitst scherper dan de bedoeling is:
“Wat is er nou man, ik schrik me rot. Ik viel juist in slaap!”
“Sorry, dat ging per ongeluk. Maar moet je eens …”
Ralph steekt zijn wijsvinger in de lucht, naar het plafond wijzend alsof daar het antwoord staat te lezen.
“Ik hoor niets,” mompelt Hanna met een ik-ga-weer-slapen gezicht.
“Wacht, ik zet de radio even uit. Waarschijnlijk …”
Ralph strekt zijn arm en schakelt de wekkerradio uit, waarna hij weer veelbetekenend zijn wijsvinger op het plafond richt.
Even luistert Hanna aandachtig. Dan spert zij haar ogen verder open en zegt:
“Ja, warempel. Nou hoor ik het ook. John Mayer, lekker nummer.”
“Het lijkt wel of het van beneden komt,” fluistert Ralph. “Ik heb hier nog nooit iets van de buren gehoord. Wie woont er ook alweer onder ons?”
Hanna trekt een peinzend gezicht, hiermee uitdrukking gevend aan de inspanning die het haar kost om op dit late tijdstip nog iets zinnigs te bedenken.
“Is dat niet die man alleen?” vraagt ze na wat denkwerk. “Kom, hoe heet hij nou? Zijn naam begint met een b.”
“Bas, Bob, Bert?” probeert Ralph.
“Bart, ja Bart, zo heet ie. Zo heeft hij zich ooit in de lift voorgesteld. Weet je nog dat hij toen een paar dozen bij zich had en jij voor de grap vroeg of ie ging verhuizen? Toen antwoordde hij dat zijn schatjes erin zaten. Maar voordat hij nog iets kon vertellen, was de lift al …”
Bij Ralph begint iets te dagen. Langzaam rijst het beeld van een wat slungelige leeftijdgenoot, die hen enigszins schuchter mompelend te woord stond.
“Daarna hebben we hem nooit meer gezien. Zou hij een feestje geven?” grinnikt Ralph.
“Nou ik denk het niet, dan stond de muziek wel harder …”
“Het zal wel bij deze ene keer blijven,” veronderstelt Ralph. “Slaap lekker hè.”
Beiden kruipen onder het dekbed nadat Ralph het licht heeft uitgeschakeld als inleiding op een spoedig vertrek naar andere dimensies.

Na thuiskomst zet Ralph altijd standaard muziek aan, meestal de radio maar vaak ook een van zijn lp’s. Ralph is een echte vinylfreak. Vorig jaar heeft hij een geweldige jaren-zestig-installatie op de kop weten te tikken en door een vakman, een bevriende ondernemer van een van zijn directeuren, tiptop laten reviseren. ‘Muziek is een totaalbeleving, meer dan luisteren alleen’ is zijn stellige overtuiging. Op zijn hurken voor de kast gezeten kiest Ralph dan met zorg een album uit en bekijkt op zijn gemak de vaak kleurrijke hoes aan alle kanten. Vaak bevat deze een uitklapbaar deel of een fraai uitgewerkte informatiemap, soms zelfs inclusief de volledige songteksten. Vervolgens schakelt hij de installatie in, legt de plaat voorzichtig op de draaitafel en drukt op de startknop, waarna de lp direct in beweging komt en de arm met het diamantje de juiste groeve opzoekt. De meeste lp’s verkeren nog in een uitstekende staat, waardoor de landing en het inzetten van de muziek zelden gepaard gaan met gekraak of geplof. Mocht dit toch het geval zijn, dan bewijst dit Ralphs filosofie van totaalbeleving, waardoor hij het gevoel heeft zelf een aandeel aan de muziek te leveren.
Zo ook de volgende middag. Na een volle werkdag wordt op de terugweg de AH aangedaan om voor een paar dagen inkopen te doen, die Hanna even later in de keuken uitpakt terwijl Ralph naar zijn installatie loopt om een sfeervol album uit te zoeken. Juist als hij Graceland van Paul Simon uit de kast trekt dringt het tot hem door dat de kamer niet vrij van muziek is. Vaag op de achtergrond, waarschijnlijk een etage lager, hoort hij weer John Mayers ‘Heartbrake warfare’, hetzelfde lied dat Hanna gisteren als ‘lekker nummer’ kwalificeerde.
“Han,” roept hij richting de keuken, “Hanna, luister eens? Kom eens even?”
“Wat is er, ik ben druk bezig!” moppert Hanna, terwijl zij met in haar handen twee bruine broden de kamer binnen schuifelt.
Weer heft Ralph zijn wijsvinger in de richting van het plafond.
“Hier, luister dan, beneden. Weer die muziek van John Mayer. Dat is toch raar. Er zal toch niets …”
“Ach joh, je hebt er toch geen last van, zeker niet als je zelf muziek gaat maken. Laat toch …”
Resoluut draait zij zich om en beent terug naar de keuken, hiermee aanduidend dat wat haar betreft dit onderwerp is afgedaan.
Een smaakvolle maaltijd, een aantal lp’s, een panorama-ervaring en een spannende film later besluiten beiden om naar bed te gaan. Op het moment dat Ralph zijn wekkerradio wil afstemmen op ‘Met het oog op morgen’ dringt wederom zachte muziek vanaf de benedenetage de slaapkamer binnen.
“Nou hoor ik nog steeds muziek,” gromt Ralph tegen Hanna die juist met een groen gezichtsmasker uit de douche komend een mislukte imitatie van de Hulk uitprobeert.
“Alweer?” vraagt zij het bed instappend. “Toch wel vreemd hè. Nooit horen we iets van hem en nu maakt Bart een dag lang muziek. Heel vreemd … Bel anders even bij hem aan en vraag of alles goed is.”
“Nu nog? Ik heb mijn pyjama al aan. Ik kan toch niet …”
“Joh, doe niet zo ingewikkeld. Trek je ochtendjas dan aan. Wordt die ook eens gebruikt.”
Met tegenzin zoekt Ralph zijn badjas op, trekt hem over zijn pyjama aan en sloft op zijn slippers de kamer uit.
Uit angst iemand op dit late uur te ontmoeten, neemt hij de trap in plaats van de lift.
Het moet toch een vreemde aanblik geven om een buurman in zijn ochtendjas met de lift naar beneden te zien gaan … Daar komen alleen maar praatjes van, denkt Ralph.
Langer dan gebruikelijk drukt hij op de bel van zijn onderbuurman. Diep in het huis weerklinkt het elektronische belmelodietje dwars door de nu duidelijk waarneembare muziek. Er volgt geen reactie. Ralph herhaalt enkele malen zijn poging om buurman Bart te bereiken, geen resultaat.
“Misschien in slaap gevallen,” mompelt hij zachtjes voor zich uit, waarna hij de trap weer naar boven neemt en voor zichzelf besluit er verder geen aandacht meer aan te schenken.

Als Ralph de volgende morgen ontwaakt ontstijgt de zachte achtergrondmuziek volhardend Barts woning.
“Nou hoor ik nog steeds muziek uit het appartement van die Bart,” zegt hij tegen de beslagen douchedeur waarachter vaag het silhouet van Hanna’s lichaam is waar te nemen.
“Ik kan je moeilijk verstaan, we hebben het er zo over, ja?” roept Hanna boven het geraas van het neervallende douchewater uit.
Na het ontbijt loopt Ralph nogmaals naar beneden en drukt geruime tijd met ritmische onderbrekingen op de bel van zijn onderbuurman in de hoop hem zo te bereiken. Geen enkel resultaat. Ralph wordt nu toch oprecht ongerust.
Hanna deelt even later zijn vrees vanuit een onuitgesproken vermoeden Bart levenloos op de vloer van zijn appartement te zullen vinden.
Ralph besluit het noodnummer te bellen. Korte tijd later verschijnt een kleine politiemacht van vijf agenten door de geopende liftdeur. Een korte samenvatting van Ralphs ervaringen is voldoende om een stormram ter hand te nemen en daarmee de voordeur te forceren. De gebeurtenissen volgen elkaar nu snel op. Voorzichtig betreden de agenten de woning door de opengebroken deur. Ralph en Hanna lopen op gepaste afstand achter de groep mannen aan die systematisch een voor een de vertrekken controleert. Als laatste wordt de ruime woonkamer betreden: geen spoor van Bart. Wel klinkt er duidelijk hoorbare muziek uit de zichtbaar dure geluidsinstallatie. De agenten verzamelen zich en kijken elkaar niet begrijpend aan.
“Niets te vinden, geen spoor van de bewoner,” zegt een van hen, waarna hij zich omdraait om de woning weer te verlaten, terwijl een collega zich naar de versterker begeeft om de muziek uit te schakelen. Op dat moment verschijnt er een vrouw van rond de dertig in de deuropening. Haar met stijl blond haar omlijste gezicht straalt opperste verbazing uit, zelfs ontsteltenis, een nauwelijks bedenkbare blik, slechts te produceren in een staat van opperste verbijstering. Allen kijken haar verwachtingsvol aan, terwijl de vrouw nauwelijks hoorbaar stamelt:
“Wat is hier aan de hand?”
“Goedemorgen mevrouw, mag ik vragen hoe u heet en wellicht kunt u vertellen waar de bewoner van dit pand zich bevindt?” reageert de hoofdagent.
“Ik, ik ben Eva, een collega van Bart. Hij uh …”
“Bart is de bewoner neem ik aan? Kunt u mij vertellen waar hij zich momenteel bevindt en waarom er permanent muziek ten gehore gebracht wordt?”
“Oh, juist uh … Ik denk dat ik het begin te begrijpen. Mag ik even gaan zitten? Ik ben nogal geschrokken, ziet u?”
Eva loopt onzeker het appartement binnen, maar in tegenstelling tot haar verzoek loopt zij naar het einde van de kamer en kijkt om de hoek van een muur, waarachter zich blijkbaar nog een ruimte bevindt, een soort inloopkast maar dan zonder deur. De hoofdagent loopt hoopvol achter haar aan. Tegen de muur van de juist ontdekte ruimte staan drie levensgrote kooien op elkaar gestapeld. De benadering door Eva doet een intens hoog gepiep aan de dierverblijven ontstijgen. Drie prachtige uit de kluiten gewassen cavia’s richten zich op tegen de traliewanden, daarbij hoopvol snuffelend en piepend in de richting van Eva, die ondertussen weer enigszins tot bedaren komt.
“Hé schatjes, daar ben ik weer. Ja, jullie krijgen zo eten, rustig maar. Ik moet even met deze mensen praten.”
Hierna draait zij zich om en gaat alsnog op een stoel aan de eetkamertafel zitten.
“Kijk, ziet u, zoals ik al zei: ik ben een collega van Bart. Die cavia’s zijn z’n schatjes. Daar heeft hij alles voor over. Hij adoreert die beestjes gewoon, zelfs zo erg dat hij nooit op vakantie gaat. Wie gaat er nou nooit op vakantie? Zeg nu zelf, heren, een mens kan toch niet zonder vakantie, je moet er zo af en toe toch tussenuit?”
Om haar stelling te onderstrepen heft Eva haar schouders, waarbij ze met een vragend gebaar haar beide armen opzij spreidt.
“Nou, dat heb ik meerdere malen tegen Bart gezegd, dat hij er eens tussenuit moet gaan. Uiteindelijk heb ik hem zover gekregen, onder voorwaarde dat ik iedere dag voor zijn schatjes zou zorgen. Bart heeft een veertiendaagse reis naar Thailand geboekt. Dat is een hele stap voor hem, geloof dat maar. Toch vond hij het evengoed zielig dat die beestjes de hele dag alleen zouden zitten. Toen heb ik voorgesteld om de muziek aan te zetten, waarmee hij uiteindelijk akkoord ging. Maar ik begrijp dat het geluidsniveau iets te enthousiast was. Weet u wat? Ik zal de radio een stuk zachter zetten en die deur, ach, Bart heeft geld zat. Die laat ik vandaag wel weer repareren. In ieder geval bedankt voor uw bezorgdheid,” besloot zij meer in het algemeen dan zich specifiek op een enkele persoon richtend.
Hanna en Ralph besloten om na zijn terugkeer toch maar eens kennis te maken met hun onderbuurman.