Snippers zijn columns of korte verhalen die maandelijks worden gepubliceerd

Het diner

Over ludiek levensgenieten

“Vind jij onszelf levensgenieters? Misschien overval ik je, maar ineens schiet die vraag door mijn hoofd. Hoe vaak hebben wij hier in restaurant ‘L’air du temps’ al gedineerd? Ik ben de tel kwijt en dit is nou niet de meest goedkope eetgelegenheid. Ik weet onze eerste keer nog. De oh’s en ah’s waren niet aan te slepen. Je hoeft hier maar een vinger te bewegen en er staat iemand naast je. En de egards waarmee het personeel ons behandelt, ik werd daar destijds gewoon verlegen onder. Weet je nog dat we het er toen weken later nog over hadden?
En nu hebben we zelfs een eigen tafel. Als je belt om te reserven wordt er niet eens meer gevraagd waar we willen zitten. Het personeel geeft ons het gevoel dat we bij de familie horen, of ze nu nieuw zijn of hier al jaren werken. Tenminste, zo voel ik dat.”
Richard zit op zijn praatstoel. In deze ietwat decadente omgeving voelt hij zich helemaal thuis.
Waarom borrelt zo’n vraag ineens omhoog? vraagt hij zichzelf af. Hoe vaak heeft hij hier al met Karin in hun favoriete hoek aan het raam gezeten, met uitzicht op de gracht, het historische stadsdeel waaraan hij zijn hart verpand heeft, waar hij steeds weer de charme van de oude grachtenhuizen ervaart. Die gebouwen die hem onuitgesproken verhalen toefluisteren over tijden waarin zijn bestaan nog ver te zoeken was, over handel en geld verdienen, over kansongelijkheid, dat wel, want geluk was niet voor iedereen weggelegd. Geluk moest je verdienen of kreeg je in de schoot geworpen, omdat je toevallig in het goede nest uit een ei kroop.
Wat dat betreft is er nog niet veel veranderd, denkt Richard. Hij behoort niet tot de gelukscategorie uit het juiste nest, maar weet wel wat hard werken, kansen ontdekken en creëren is. Zonder te willen snoeven kan hij zich voorstaan op een scherpe handelsgeest, in die zin is hij een selfmade man.
Ben ik een levensgenieter? vraagt hij zich over de gracht starend nogmaals af.  Richard zou het niet weten, maar geen van de voorgaande keren onderzocht hij het belang van die vraag. Waarom nu dan wel? Voelt hij zich diep van binnen schuldig over zijn verworven levensstijl? Richard denkt met tegenzin terug aan de tijden van financiële zorgen, tijden van sappelen en ongemakkelijke klussen voor het slechts bereiken van een standaard leefniveau. Daarvoor geneerde hij zich eigenlijk tegenover zichzelf, tegenover de buren, zijn vrienden, tegenover zijn ouders, iedereen. Die schaamte, realiseert hij zich nu, blijkt zijn energieke drijfveer, zijn ronkende motor, zijn niet te stuiten motivatie om hogerop te komen, om de armoede te ontstijgen.
Vaag lichten de contouren van zijn gestalte op in de spiegeling van de ruiten. Traag verlegt zijn blik zich van de gracht naar de zelfingenomen gestalte in de weerspiegeling. Twee werelden die samenvloeien in zelfgenoegzaamheid, omlijst met de fraaie aanwezigheid van Karin, die zich ook vanavond weer onweerstaanbaar toont.
“Schat, je moet een voorgerecht uitzoeken. Anders eten we over een uur nog niet,” reageert zij meer fluisterend dan pratend.
Richard ontwaakt uit zijn korte overpeinzing.
“Oh natuurlijk, sorry schat. Ik dwaalde even af.”
Hij opent de menukaart, waar zijn aandacht ogenblikkelijk door de visgerechten getrokken wordt. Zijn keuze is snel gemaakt.
“Ik ga vanavond voor vis,” zegt hij zonder op te kijken.
Sashimi-tonijn met limoenblad en koriander, komkommer en tomaat, leest hij.
“Ik kies de tonijn, lijkt me heerlijk. Weet jij al wat je neemt?”
“Ik open met rundvlees, die tartaar van Gasgogne-rund met mierikswortel en dragon lijkt me wel wat,” antwoordt Karin veel ingetogener dan haar echtgenoot.
Richard hoeft de ober niet eens te waarschuwen, deze registreert met een ervaren blik dat hun keuze is gemaakt en voordat de menukaarten zijn dichtgeklapt zweeft hij al naast hun tafel om met een lichte buiging en beminnelijke glimlach de bestelling in ontvangst te nemen.
“Uw eigen wijn meneer?” luidt zijn vraag naar de bekende weg.
Richard merkt nu pas dat deze ober een onbekende voor hem is.
“Ik geloof dat wij elkaar nog niet kennen?”
“Oh pardon meneer, neemt u mij niet kwalijk. Mijn naam is Brian, ik werk hier sinds een paar dagen. Ik zal u vanavond graag van dienst zijn,” antwoordt de jongen zonder van zijn stuk te zijn gebracht.
“Nou Brian, ik verheug me op onze ontmoeting,” reageert Richard, waarna de jonge bediende met een lichte nijging uit het zicht verdwijnt.
Enige ogenblikken later serveert Brian geruisloos de wijn, waarna hij de fles op het uiteinde van de tafel plaatst, een volwaardige plek als onderdeel van de grachtenuitzicht-compositie, die gaandeweg een donkerder kleurenpalet aanneemt in de vallende avondschemer. Voordat Brian zich terugtrekt vraagt deze:
“Zal ik alvast uw creditkaart meenemen?”
Even kijkt Richard op met een blik van ‘nu al?’, maar overhandigt dan achteloos het gevraagde betaalmiddel, ervan uitgaand dat dit blijkbaar een nieuwe huisgewoonte is in ‘L’air du temps’.
Het voorgerecht is zoals altijd verrukkelijk. Om de smaakpapillen ruim de gelegenheid te geven hun zinnenrijk werk te kunnen doen, eet Richard met trage bewegingen. In de ogen van Karin bemerkt hij een vergelijkbare zinsbegoocheling, een woordeloos delen van gelukzaligheid.
“Nu heb je nog steeds mijn vraag niet beantwoord,” hervat Richard na enige tijd hun eerdere gesprek. “Vind je ons levensgenieters?”
Bedachtzaam legt Karin haar bestek neer, neemt een slok van haar wijn, laat het vertrouwde vocht zacht haar tong en verhemelte prikkelen en antwoordt, na het doorslikken, met zachte fluisterstem:
“Richard, kijk nu eens naar onszelf, waar we zitten, wat we eten, deze ambiance. Als je deze verworvenheid niet met genot zou kunnen percipiëren, dan zijn wij de gradatie ‘levensgenieters’ toch niet waard?”
Oh die Karin, haar ongewone taalgebruik, zo treffend, zo verheven, zo passend bij de levensstijl die Richard ambieert; met die paar woorden bevestigt zij waarom hij ooit als een blok voor haar gevallen is. Karin is een vrouw van weinig woorden, maar als zij spreekt, raakt zij altijd de kern. Die dosering van woorden is kenmerkend voor haar persoonlijkheid, zichtbaar in al haar handelingen. Met complimenten zal zij bijvoorbeeld niet gul zijn, maar als zij er een uitdeelt teer je er dagen op, zo raak, zo warm, zo verrassend onverwacht.
Richard is een man van uitbundigheid, dat beseft hij terdege en hij weet dit in contacten te gebruiken, waardoor Richard als een joviale toegankelijke man overkomt, ook met fysieke taal: even een hand op je arm, een tikje tegen je elleboog of zelfs een arm om de schouder als laagdrempelige benadering, die nooit vervelend voelt of grensoverschrijdend. Ook een knuffel hier en daar wordt niet gemeden. Hoe anders gaat Karin hiermee om.
Op onbekenden kan zij gereserveerd overkomen, zeker ook door het vaak verheven taalgebruik dat zij bezigt. Zo creëert zij een natuurlijke afstand, waarbij Karin zich prettig voelt. Maar àls zij dan ook toenadering zoekt, voelt dat heel intens en oprecht. Richard weet dit als geen ander en hierdoor verrast zij hem telkens weer. Als Karin knuffelt of een zoen geeft, kan hij hier de rest van de dag op teren, zo intens, zo opwindend. Door dit onvoorspelbare is Richard verslaafd aan haar, dat beseft hij terdege. Karins oogopslag kan zijn dag kleuren met de woordeloze volzinnen, die hem daarin worden toebedeeld.
“Heeft u de hoofdgerechten al bekeken?” vraagt een vriendelijke vrouwenstem.
“Ha Louise, wat goed om je te zien. Nee, we gingen zo in ons gesprek op dat we nog geen keuze hebben kunnen maken. Maar waar is Brian, die nieuwe jongen?”
Louise kijkt Richard met gefronste wenkbrauwen aan.
“Heet hij vandaag Brian?” antwoordt zij.
Even valt er een korte ongemakkelijke stilte, waarin Louise zichtbaar naar woorden zoekt. Richard en Karin delen een blik van onbegrip, dan gaat Louise verder.
“Meneer en mevrouw Van Beuningen, namens de directie bied ik u onze welgemeende excuses aan. Brian heet eigenlijk Cees en is gewoon onze bordenwasser. Een heel bijzondere, zoals u inmiddels zult begrijpen. In ons restaurant ambieert hij de functie van ober, maar hij is, hoe zal ik het zeggen, enigszins apart. Bovendien heeft hij zijn opleiding nog niet volbracht en werkt zolang als bordenwasser in onze keuken.”
Richard begint te grinniken. Louise is blij dat hij zo ontspannen reageert.
“Eigenlijk kan ik er wel om lachen, ik vind het wel een stunt,” lacht Richard haar toe. “Die jongen heeft wel lef hoor.”
“Ik ben blij dat u er zo over denkt. U begrijpt dat hierover het laatste woord met Cees nog niet gesproken is. Dat zou al zijn gebeurd, maar helaas is hij nergens te vinden, vandaar. Het dessert is straks voor onze rekening,” rondt Louise af.
Al snel raakt het incident in de vergetelheid en verloopt de avond verder zoals gebruikelijk.
Tijdens het nuttigen van het lemon-meringue-taartje met zoete bosbessencompote, het lievelingsdessert van Richard, gaat op gedempte toon zijn mobiel over. Geheel tegen zijn gewoonte in neemt Richard de telefoon op. Normaal gesproken staat deze in de vliegtuigstand, omdat hij er zelf zo’n hekel aan heeft als mensen uitgebreid in een restaurant telefoneren. Het blijkt zijn creditcardmaatschappij te zijn die autorisatie wil voor een bedrag van € 10.000,-
“Excuses voor het ongemak meneer Van Beuningen, maar wij vonden het nogal vreemd dat u een voorraad dure telefoons in één keer wilde aanschaffen. Vandaar.”
Langzaam dringt de reden van Cees’ afwezigheid tot Richard door. De bordenwasser blijkt met deze ludieke actie een totaal andere droom te hebben dan hij zijn baas had voorgeschoteld.